Citaat | Hoge Raad 26 januari 2001
Alinea 41 Hoge Raad 26 januari 2001
Een alinea uit Hoge Raad 26 januari 2001, ECLI:NL:HR:2001:AA9668.
3.5.2 Voorzover subonderdeel 3.a uitgaat van de opvatting dat het Hof heeft geoordeeld dat de schuldenaar niet te goeder trouw is met betrekking tot het ontstaan van de onderhavige schuld, omdat hij na zijn terugkeer uit Turkije niet heeft gepoogd om er achter te komen waarom de Gemeente aan hem verleende bijstand terugvordert noch om de beslissingen tot terugvordering in rechte aan te tasten, mist het feitelijke grondslag. Het door het subonderdeel bestreden oordeel van het Hof berust immers erop dat de schuldenaar bij het ontvangen van bijstand waarop hij geen aanspraak had niet te goeder trouw was in de zin van art. 288 lid 2, onder b. Het Hof heeft niet geoordeeld dat de schuldenaar eerst op een later tijdstip niet te goeder trouw is geworden met betrekking tot het ontstaan van de schuld.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/aebdb6c9f3ca220abe644ab5fe75ccc29bbe9d46d160307d68cf0f9625755f9f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt aebdb6c9f3ca220abe644ab5fe75ccc29bbe9d46d160307d68cf0f9625755f9f, en de alinea staat in dat document op bytes 15517 tot 16333.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/aebdb6c9f3ca220abe644ab5fe75ccc29bbe9d46d160307d68cf0f9625755f9f | shasum -a 256