Citaat | Hoge Raad 30 januari 2001

Alinea 19 Hoge Raad 30 januari 2001

Een alinea uit Hoge Raad 30 januari 2001, ECLI:NL:HR:2001:AA9705.

3.2. Uit het verband tussen de zo-even genoemde wettelijke bepalingen volgt dat bedoelde verklaring mondeling moet worden afgelegd, hetgeen de persoonlijke verschijning van degene die het rechtsmiddel wil aanwenden, vereist.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3a2cd43a7691e3761effa9c204c564444e6da16b4fd0b93d9893fd45c1f90f8b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3a2cd43a7691e3761effa9c204c564444e6da16b4fd0b93d9893fd45c1f90f8b, en de alinea staat in dat document op bytes 6334 tot 6571.