Citaat | Hoge Raad 2 februari 2001
Alinea 29 Hoge Raad 2 februari 2001
Een alinea uit Hoge Raad 2 februari 2001, ECLI:NL:HR:2001:AA9764.
3.2 Het middel betoogt dat in het licht van het door art. 6 EVRM gewaarborgde recht op een eerlijk proces de goede procesorde meebrengt, dat het Hof, nadat zich het niet in de wet behandelde geval voordeed waarin een procureur zich aan een zaak onttrekt, de in art. 257 en/of 258 Rv. voorkomende regeling ten aanzien van het geval waarin een procureur zijn betrekking verliest, had dienen toe te passen. Hiervoor bestond volgens het middel temeer grond, nu [verweerster] haar memorie van grieven eerst nam toen er vier jaar verstreken waren na het moment waarop de procureur van [eiser] zich onttrok.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e7f40b47a999a42390f7ea358452a5c6cb24000094d3904b6b68d710235747ef. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e7f40b47a999a42390f7ea358452a5c6cb24000094d3904b6b68d710235747ef, en de alinea staat in dat document op bytes 9200 tot 9813.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e7f40b47a999a42390f7ea358452a5c6cb24000094d3904b6b68d710235747ef | shasum -a 256