Citaat | Hoge Raad 2 februari 2001
Alinea 30 Hoge Raad 2 februari 2001
Een alinea uit Hoge Raad 2 februari 2001, ECLI:NL:HR:2001:AA9764.
3.3 Het middel is tevergeefs voorgesteld. Door een onttrekking als procureur wordt de loop van het rechtsgeding niet geschorst als bedoeld in art. 254, aanhef en onder 4, Rv., daar zulk een onttrekking niet op één lijn kan worden gesteld met de dood of het verlies van de betrekking van de gestelde procureur. De beëindiging door de procureur van zijn opdracht is een de cliënt persoonlijk betreffende omstandigheid, zodat het redelijker is dat de cliënt erin voorziet dat hij wederom door een procureur in het proces wordt vertegenwoordigd, dan dat de tegenpartij gedwongen zou zijn tot het doen van nasporingen en het maken van kosten teneinde de procespartij wier procureur zich heeft onttrokken te dagvaarden tot hervatting van het rechtsgeding. De Hoge Raad ziet geen grond om, zoals in het middel wordt bepleit, terug te komen van hetgeen hij aldus heeft overwogen in zijn arrest van 1 maart 1974, NJ 1975, 6. De rechtsverhouding tussen de zich onttrekkende procureur en zijn (voormalige) cliënt brengt mee dat op eerstgenoemde de plicht rust zijn (voormalige) cliënt te wijzen op de gevolgen van de onttrekking en op de noodzaak om een nieuwe procureur te doen optreden, indien hij zich in het rechtsgeding wil doen vertegenwoordigen. Er is geen grond om te dien aanzien een last op de tegenpartij te leggen, zoals uit het door het middel voorgestane stelsel voortvloeit.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e7f40b47a999a42390f7ea358452a5c6cb24000094d3904b6b68d710235747ef. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e7f40b47a999a42390f7ea358452a5c6cb24000094d3904b6b68d710235747ef, en de alinea staat in dat document op bytes 9833 tot 11231.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e7f40b47a999a42390f7ea358452a5c6cb24000094d3904b6b68d710235747ef | shasum -a 256