Citaat | Hoge Raad 23 februari 2001

Alinea 101 Hoge Raad 23 februari 2001

Een alinea uit Hoge Raad 23 februari 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB0199.

17. Ook het onder (b) bedoelde geval heeft zich niet voorgedaan. De maatschap heeft in de procedure voor het Hof 's-Gravenhage niet gesteld - en het Hof 's-Gravenhage heeft ook niet vastgesteld - dat de SHB en de NMB, gedaagden de in eerste aanleg, geïntimeerden in het (principaal) hoger beroep, zich voor de Rechtbank Groningen ter afwering van de vordering van de curator hebben beroepen op de toepasselijkheid van Engels recht op de vraag naar de vatbaarheid voor cessie van de vorderingen op de verzekeraars. Ook de regel, dat de appelrechter bij gegrondbevinding van een of meer grieven de in eerste aanleg aangevoerde en niet prijsgegeven stellingen van thans-geïntimeerde, welke door de rechter in eerste aanleg buiten behandeling zijn gelaten of zijn verworpen, alsnog resp. opnieuw moet onderzoeken, voor zover het hoger beroep de toewijsbaarheid van de vordering opnieuw aan de orde stelt, verplichtte het Hof Leeuwarden derhalve niet zich te begeven in de vraag naar het toepasselijke recht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2b2c42eba770cabb92311312fa43922a1975eeb391a723cee0875e9fa0086760. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2b2c42eba770cabb92311312fa43922a1975eeb391a723cee0875e9fa0086760, en de alinea staat in dat document op bytes 40927 tot 41946.