Citaat | Hoge Raad 23 februari 2001

Alinea 103 Hoge Raad 23 februari 2001

Een alinea uit Hoge Raad 23 februari 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB0199.

19. Onderdeel 2 van het middel, dat kennelijk tot uitgangspunt neemt dat, anders dan door onderdeel 1 is betoogd, in het cassatieberoep tegen het arrest van het Hof Leeuwarden de Hoge Raad gebonden zou zijn geweest aan het oordeel dat Nederlands recht van toepassing is op de vraag naar de vatbaarheid voor cessie van de vorderingen op de verzekeraars, klaagt dat het Hof 's-Gravenhage ten onrechte, althans zonder toereikende motivering, heeft geoordeeld dat de Hoge Raad het eerste onderdeel van het door de maatschap tegen het arrest van het Hof Leeuwarden geconcipieerde middel in zijn motiveringsklachten gegrond had behoren te bevinden. Daartoe voert de maatschap - kort gezegd - aan dat het Hof 's-Gravenhage heeft miskend dat het bewuste middelonderdeel niet gericht was tegen de eigenlijke grond waarop de beslissing van het Hof Leeuwarden berustte. Volgens de maatschap was die eigenlijke grond gelegen in het oordeel van het Hof Leeuwarden dat de onmiddellijke grondslag van de gecedeerde vorderingen lag in de overeenkomst waarbij hersluiting van de lopende verzekeringen werd overeengekomen, en niet, zoals het bewuste onderdeel kennelijk doch verkeerd het arrest van het Hof Leeuwarden heeft gelezen, in de na de datum van de cessie hersloten verzekeringsovereenkomsten. Het onderdeel miste daarom feitelijke grondslag, kon althans niet gegrond bevonden worden zonder buiten de grenzen van het middel te treden, aldus de maatschap.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2b2c42eba770cabb92311312fa43922a1975eeb391a723cee0875e9fa0086760. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2b2c42eba770cabb92311312fa43922a1975eeb391a723cee0875e9fa0086760, en de alinea staat in dat document op bytes 43496 tot 44955.