Citaat | Hoge Raad 23 februari 2001

Alinea 108 Hoge Raad 23 februari 2001

Een alinea uit Hoge Raad 23 februari 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB0199.

24. Ook dit onderdeel is naar mijn oordeel tevergeefs voorgesteld. Het verliest uit het oog dat de inzet van de onderhavige procedure de vraag was of en, zo ja, in welke mate de curator schade heeft geleden als gevolg van het feit dat de maatschap heeft verzuimd tijdig beroep in cassatie in te stellen tegen het arrest van het Hof Leeuwarden. Aangezien ter de beantwoording van deze vraag beoordeeld moest worden hoe op het cassatieberoep, zo dit ware ingesteld, had behoren te worden beslist, is het Hof kennelijk en niet onbegrijpelijk ervan uitgegaan dat de maatschap erop bedacht had moeten zijn dat, indien het hypothetische cassatieberoep gegrond zou worden bevonden, vervolgens, ter begroting van de schade, de vraag aan de orde zou komen welke gevolgen dit zou hebben gehad voor de oorspronkelijk vordering van de curator tegen de SHB en de NMB. Het Hof heeft de eisen van een goede procesorde dan ook niet geschonden door een oordeel te geven over de vraag hoe de verwijzingsrechter zou hebben beslist, zonder eerst partijen alsnog de gelegenheid te bieden hun visie op die vraag naar voren te brengen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2b2c42eba770cabb92311312fa43922a1975eeb391a723cee0875e9fa0086760. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2b2c42eba770cabb92311312fa43922a1975eeb391a723cee0875e9fa0086760, en de alinea staat in dat document op bytes 47902 tot 49028.