Citaat | Hoge Raad 23 februari 2001

Alinea 47 Hoge Raad 23 februari 2001

Een alinea uit Hoge Raad 23 februari 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB0199.

Dit betoog treft echter geen doel. Weliswaar moest het hof te Leeuwarden binnen het door de appelgrieven tegen het vonnis van de rechtbank ontsloten gebied ambtshalve oordelen over de vraag welk recht van toepassing was op het aan hem voorgelegde geschil over de rechtsgeldigheid van de cessie, doch dit hof is kennelijk in het voetspoor van partijen zonder meer uitgegaan van de toepasselijkheid van Nederlands recht. In de cassatiedagvaarding zoals deze door (een lid van) de maatschap was opgesteld, is tegen deze toepassing van Nederlands recht geen klacht geformuleerd. Nu ook overigens door de maatschap niet is gesteld of door het Hof is aangenomen dat aannemelijk is dat een dergelijke klacht bij wege van incidenteel beroep in cassatie aan de Hoge Raad zou zijn voorgelegd, moet in cassatie ervan worden uitgegaan dat zulks niet zou zijn gebeurd. De Hoge Raad zou, zonder een daarop gerichte klacht, niet de vrijheid hebben gehad ambtshalve te oordelen dat te dezer zake Engels recht toegepast had moeten worden. Op grond hiervan moet worden geoordeeld dat de hiervoor onder (iii) aangeduide schakel in de redenering van het onderdeel op een onjuiste rechtsopvatting berust, zodat de conclusie die het daaraan, zoals hiervoor onder (iv) weergegeven, verbindt, niet opgaat.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2b2c42eba770cabb92311312fa43922a1975eeb391a723cee0875e9fa0086760. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2b2c42eba770cabb92311312fa43922a1975eeb391a723cee0875e9fa0086760, en de alinea staat in dat document op bytes 13801 tot 15095.