Citaat | Hoge Raad 23 februari 2001

Alinea 48 Hoge Raad 23 februari 2001

Een alinea uit Hoge Raad 23 februari 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB0199.

De regel dat in cassatie binnen de grenzen van art. 99 RO de rechtsgronden moeten worden aangevuld, kan in het evenvermelde oordeel geen verandering brengen. Van verwerping van het cassatieberoep op ambtshalve bijgebrachte gronden zou alleen dan sprake geweest kunnen zijn als de Hoge Raad tot het oordeel had kunnen komen dat de curator bij het slagen van het cassatieberoep belang mist, omdat de beslissing van het hof te Leeuwarden op andere gronden dan de bestreden gronden toch juist is. In dit geval zou een dergelijke beoordeling, naar uit het onderdeel volgt, toepassing van vreemd, immers Engels, recht vergen, hetgeen betekent dat deze beoordeling de grenzen van art. 99 RO zou overschrijden. De Hoge Raad zou dus niet de vrijheid hebben gehad op deze grond het (niet ingestelde) casatieberoep te verwerpen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2b2c42eba770cabb92311312fa43922a1975eeb391a723cee0875e9fa0086760. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2b2c42eba770cabb92311312fa43922a1975eeb391a723cee0875e9fa0086760, en de alinea staat in dat document op bytes 15103 tot 15933.