Citaat | Hoge Raad 23 februari 2001

Alinea 96 Hoge Raad 23 februari 2001

Een alinea uit Hoge Raad 23 februari 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB0199.

12. Alvorens het middel te bespreken, stel ik vast dat het middel niet opkomt tegen de door het Hof aangelegde, aan HR 24 oktober 1997, NJ 1998, 257 nt. PAS ontleende maatstaf bij de beoordeling van de vraag of de curator als gevolg van het verzuim van de maatschap schade heeft geleden. Die maatstaf houdt in dat voor het antwoord op de vraag of de curator schade heeft geleden als gevolg van het feit dat de maatschap heeft verzuimd tijdig beroep in cassatie in te stellen in beginsel moet worden beoordeeld hoe de Hoge Raad op dat beroep had behoren te beslissen. Bij de toepassing van deze maatstaf ontstaat, wat wel genoemd is (zie de conclusie van A-G Bakels onder 3.4 voor genoemd arrest van de Hoge Raad), een "trial within a trial". Deze beeldspraak, hoe treffend ook, mag de ogen er niet voor doen sluiten dat thans in cassatie de Hoge Raad niet tot taak heeft om te onderzoeken of het door de maatschap tegen het arrest van het Hof Leeuwarden geconcipieerde cassatiemiddel gegrond is. De Hoge Raad kan in het onderhavige cassatiegeding slechts een onderzoek in stellen naar de gegrondheid van de tegen het arrest van het Hof 's-Gravenhage aangevoerde cassatieklachten en is daarbij, wat de omvang en de grondslag van het cassatieberoep betreft, gebonden aan het voorschrift van art. 419 lid 3 Rv. Dit brengt mee dat de Hoge Raad gebonden is aan hetgeen in de bestreden uitspraak van het Hof 's-Gravenhage is vastgesteld omtrent het verloop van de eerdere procedure, de inhoud van het arrest van het Hof Leeuwarden en de inhoud van de daartegen door de maatschap geconcipieerde cassatieklachten. Dit betekent niet dat het oordeel van het Hof 's-Gravenhage met betrekking tot de vraag of de Hoge Raad de door de maatschap tegen het arrest van het Hof Leeuwarden geformuleerde cassatieklachten gegrond had behoren te bevinden zich aan cassatietoetsing onttrekt, maar wel dat de Hoge Raad bij de beoordeling van die vraag gebonden is aan hetgeen het Hof 's-Gravenhage heeft vastgesteld met betrekking tot de omvang en de grondslag van het (hypothetische) cassatieberoep tegen het arrest van het Hof Leeuwarden en dat thans in cassatie voor het eerst aangevoerde stellingen met betrekking tot de omvang en de grondslag van dat cassatieberoep als ongeoorloofd feitelijk novum buiten beschouwing dienen te blijven.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2b2c42eba770cabb92311312fa43922a1975eeb391a723cee0875e9fa0086760. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2b2c42eba770cabb92311312fa43922a1975eeb391a723cee0875e9fa0086760, en de alinea staat in dat document op bytes 34351 tot 36684.