Citaat | Hoge Raad 23 februari 2001

Alinea 41 Hoge Raad 23 februari 2001

Een alinea uit Hoge Raad 23 februari 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB0204.

3.7 Het eerste onderdeel keert zich tegen de zojuist bedoelde overwegingen van algemene aard van het Hof. Voor zover het om de evenbedoelde reden geen feitelijke grondslag mist, stelt het de vraag aan de orde of de BMW voor het onderscheidend vermogen als merk van een in één enkele specifieke kleur (tint) bestaand teken strengere maatstaven stelt dan in het algemeen gelden, ook indien het depot is verricht niet voor een specifieke waar of warengroep, maar voor een grote reeks van waren of diensten. Terecht wordt in het onderdeel aangevoerd dat de te hanteren maatstaf, ingevolge art. 6bis, eerste lid, aanhef en onder a, BMW, daarin gelegen is of ieder onderscheidend vermogen in de zin van art. 6quinquies B, onder 2, van het Verdrag van Parijs ontbreekt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b650cbd6cf422dae336f7c4166c78d43eca5213d8bc55e415062447bf084c40c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b650cbd6cf422dae336f7c4166c78d43eca5213d8bc55e415062447bf084c40c, en de alinea staat in dat document op bytes 12492 tot 13269.