Citaat | Hoge Raad 23 februari 2001

Alinea 55 Hoge Raad 23 februari 2001

Een alinea uit Hoge Raad 23 februari 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB0204.

4. Dient het BMB, bij de beoordeling van de vraag of een als merk gedeponeerd teken het in art. 3, eerste lid, aanhef en onder b, van de Richtlijn bedoelde onderscheidend vermogen bezit, zich te beperken tot een beoordeling in abstracto van het onderscheidend vermogen of moet het rekening houden met alle concrete omstandigheden van het geval, waaronder begrepen het gebruik dat van het teken wordt gemaakt en de wijze waarop het teken wordt gebruikt?

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b650cbd6cf422dae336f7c4166c78d43eca5213d8bc55e415062447bf084c40c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b650cbd6cf422dae336f7c4166c78d43eca5213d8bc55e415062447bf084c40c, en de alinea staat in dat document op bytes 18235 tot 18700.