Citaat | Hoge Raad 27 februari 2001
Alinea 33 Hoge Raad 27 februari 2001
Een alinea uit Hoge Raad 27 februari 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB0259.
(3) art. 343, eerste lid, art. 429o, eerste lid en art. 407, eerste lid, Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, voor wat betreft civielrechtelijke geschillen, waarbij opmerking verdient dat ingevolge art. 4, eerste lid aanhef en onder 12°, Rv in bepaalde gevallen anoniem kan worden gedagvaard, doch dat de aldus gedagvaarde bij het instellen van een eis in reconventie of bij het aanwenden van een rechtsmiddel zijn identiteit behoort bekend te maken.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/abfb687e5aa26f3c42230bbc7a21dd93a7ee3a71ed76ee2d0abcf3db37e527fb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt abfb687e5aa26f3c42230bbc7a21dd93a7ee3a71ed76ee2d0abcf3db37e527fb, en de alinea staat in dat document op bytes 9396 tot 9864.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/abfb687e5aa26f3c42230bbc7a21dd93a7ee3a71ed76ee2d0abcf3db37e527fb | shasum -a 256