Citaat | Hoge Raad 27 februari 2001

Alinea 36 Hoge Raad 27 februari 2001

Een alinea uit Hoge Raad 27 februari 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB0259.

3.6. Vooropgesteld moet worden dat een verdachte niet gedwongen kan worden zijn persoonsgegevens bekend te maken. Daarbij moet worden bedacht dat de sinds de invoering op 1 juni 1993 van de bij de onder 3.3 sub (ii) genoemde Wet vastgestelde artikelen 61a, 61b en 61c Sv bestaande verplichting maatregelen ter identificatie te ondergaan, niet impliceert de verplichting naam, geboortegegevens en woonplaats op te geven. Dat verhindert evenwel niet dat een verdachte die gebruik maakt van die mogelijkheid, door het openbaar ministerie wordt vervolgd ter zake van het feit waarvan hij wordt verdacht. Dit kan tot gevolg hebben dat een anonieme verdachte wordt gedagvaard, indien zulks uit een oogpunt van rechtshandhaving aangewezen is, dat het vonnis wordt gewezen ten laste van die

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/abfb687e5aa26f3c42230bbc7a21dd93a7ee3a71ed76ee2d0abcf3db37e527fb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt abfb687e5aa26f3c42230bbc7a21dd93a7ee3a71ed76ee2d0abcf3db37e527fb, en de alinea staat in dat document op bytes 10564 tot 11360.