Citaat | Hoge Raad 27 februari 2001
Alinea 38 Hoge Raad 27 februari 2001
Een alinea uit Hoge Raad 27 februari 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB0259.
3.7. Naar het huidige inzicht van de Hoge Raad moet uit de art. 449-452 Sv worden afgeleid dat een verdachte te wiens laste een rechterlijke beslissing is gewezen waarin hij op andere wijze dan bij name is aangeduid, geen rechtsmiddel tegen een einduitspraak kan aanwenden anders dan onder bekendmaking van zijn persoonsgegevens.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/abfb687e5aa26f3c42230bbc7a21dd93a7ee3a71ed76ee2d0abcf3db37e527fb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt abfb687e5aa26f3c42230bbc7a21dd93a7ee3a71ed76ee2d0abcf3db37e527fb, en de alinea staat in dat document op bytes 11500 tot 11842.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/abfb687e5aa26f3c42230bbc7a21dd93a7ee3a71ed76ee2d0abcf3db37e527fb | shasum -a 256