Citaat | Hoge Raad 27 februari 2001

Alinea 28 Hoge Raad 27 februari 2001

Een alinea uit Hoge Raad 27 februari 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB0261.

3.4. In die overweging heeft het Hof onder meer genoemd de verklaringen van de verdachte. Hoewel die aanduiding op zichzelf onvoldoende nauwkeurig aangeeft om welk onderdeel van welke verklaringen(en) van de verdachte, en dus om welk bewijsmiddel het gaat, heeft het Hof klaarblijkelijk het oog gehad op de volgende verklaringen van de verdachte, waarvan de korte inhoud ter terechtzitting in hoger beroep is meegedeeld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4ea49b6202adab0e71dd31080889d5cbe820c470956c8d878cb7a7154d69bdc4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4ea49b6202adab0e71dd31080889d5cbe820c470956c8d878cb7a7154d69bdc4, en de alinea staat in dat document op bytes 12195 tot 12628.