Citaat | Hoge Raad 27 februari 2001
Alinea 30 Hoge Raad 27 februari 2001
Een alinea uit Hoge Raad 27 februari 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB0264.
3.4. Bij ontbreken van enige regeling in het Wetboek van Strafvordering of in een wettelijke regeling ter voorziening in kwesties van interregionaal strafrecht (of interregionale strafvordering) binnen het Koninkrijk der Nederlanden, welke materie ingevolge art. 38, derde lid, van het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden bij rijkswet behoort te worden geregeld, kan in deze leemte het beste worden voorzien door overeenkomstige toepassing van het tweede lid van art. 588 Sv. Dat betekent dat in gevallen als deze de uitreiking aan een geadresseerde van wie de woon- of verblijfplaats in een van de andere landen van het Koninkrijk bekend is, kan geschieden door rechtstreekse toezending van de mededeling door het parket van de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad, dan wel door tussenkomst van de bevoegde autoriteit in het desbetreffende andere land in het Koninkrijk. In het laatstbedoelde geval geldt deze uitreiking als betekening in persoon, zonder dat hiervan nog uit een afzonderlijke akte behoeft te blijken, indien de bevoegde autoriteit of instantie in het desbetreffende land van het Koninkrijk bericht dat de mededeling aan de geadresseerde is uitgereikt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b4aa517e2e2da02ae0d1a091a9ab04515c32442a91c7440014ced4e6e03145bb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b4aa517e2e2da02ae0d1a091a9ab04515c32442a91c7440014ced4e6e03145bb, en de alinea staat in dat document op bytes 10104 tot 11293.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b4aa517e2e2da02ae0d1a091a9ab04515c32442a91c7440014ced4e6e03145bb | shasum -a 256