Citaat | Hoge Raad 28 februari 2001

Alinea 22 Hoge Raad 28 februari 2001

Een alinea uit Hoge Raad 28 februari 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB0274.

Bij een wetgevingsoverleg van de vaste Commissie voor Financiën is de volgende vraag aan de Staatssecretaris van Financiën gesteld (Kamerstukken II 1994/95, 23 046 en 23 023, nr. 18, blz. 12): “Als een gouden handdruk wordt omgezet in een stamrecht en naderhand alsnog wordt afgekocht, wordt hij belast tegen het progressieve tarief. Is dit niet onevenwichtig, zo vraag ik de staatssecretaris.” In antwoord hierop heeft voornoemde staatssecretaris opgemerkt (Kamerstukken II 1994/95, 23 046 en 23 023, nr. 18, blz. 19): “Als men voor het stamrecht kiest, krijgt men uitstel van belastingheffing. In feite wordt de claim doorgeschoven naar de toekomst. Als daarna tot afkoop wordt besloten (…) ligt het voor de hand dat de normale regels gevolgd worden. (…) Als men voor directe uitbetaling kiest, moet men 45% belasting betalen. Men kan ook voor het stamrecht kiezen en dan betaalt men vooralsnog niets. Wordt er op een later moment uitgekeerd, dan geldt het normale tarief. In die zin is het logisch dat de uitkering via een progressief systeem wordt belast.”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/26ff5886265955ba725a99947eb66c70a6bf8f41d98f157b15d8f29e7c316f36. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 26ff5886265955ba725a99947eb66c70a6bf8f41d98f157b15d8f29e7c316f36, en de alinea staat in dat document op bytes 9419 tot 10506.