Citaat | Hoge Raad 2 maart 2001
Alinea 52 Hoge Raad 2 maart 2001
Een alinea uit Hoge Raad 2 maart 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB0382.
3.4.4 Voor zover onderdeel c van middel I op het uitgangspunt berust dat het Hof de vrouw geen recht op verrekening van haar volledige aandeel in het onverteerd gebleven inkomen van de man heeft toegekend, berust het gelet op het in 3.4.1 overwogene op een onjuiste lezing van de bestreden beschikkingen, zodat het in zoverre bij gebrek aan feitelijke grondslag niet tot cassatie kan leiden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/94810eba5d5486b20781884588d1e7b63c7f782d2723563f1bcc948682018844. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 94810eba5d5486b20781884588d1e7b63c7f782d2723563f1bcc948682018844, en de alinea staat in dat document op bytes 17029 tot 17433.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/94810eba5d5486b20781884588d1e7b63c7f782d2723563f1bcc948682018844 | shasum -a 256