Citaat | Hoge Raad 2 maart 2001
Alinea 53 Hoge Raad 2 maart 2001
Een alinea uit Hoge Raad 2 maart 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB0382.
Voor zover het onderdeel erover klaagt dat onbegrijpelijk is dat het Hof in het onderhavige geval niet heeft geoordeeld dat de man de overwinst die hij eventueel zal realiseren bij liquidatie van zijn bedrijf, met de vrouw moet delen, kan het evenmin tot cassatie leiden, nu de vrouw een betoog van deze strekking in de feitelijke instanties niet heeft gehouden, en zulk een betoog niet voor het eerst in cassatie aan de orde kan komen, aangezien beoordeling van dit betoog een onderzoek van feitelijke aard vergt, waarvoor in cassatie geen plaats is.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/94810eba5d5486b20781884588d1e7b63c7f782d2723563f1bcc948682018844. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 94810eba5d5486b20781884588d1e7b63c7f782d2723563f1bcc948682018844, en de alinea staat in dat document op bytes 17441 tot 18005.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/94810eba5d5486b20781884588d1e7b63c7f782d2723563f1bcc948682018844 | shasum -a 256