Citaat | Hoge Raad 2 maart 2001

Alinea 23 Hoge Raad 2 maart 2001

Een alinea uit Hoge Raad 2 maart 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB0384.

3.4 De Rechtbank heeft in haar beschikking de vordering toegewezen te rekenen vanaf 20 november 2000. Daartegen keert zich onderdeel II met de klacht dat de Rechtbank de termijn van zes maanden had moeten doen ingaan op 20 juli 2000. Deze klacht stuit af op het bepaalde in art. 10 lid 4 Bopz. Voor zover onderdeel II uitgaat van de opvatting dat de tijd gedurende welke verzoeker krachtens de eerste (in cassatie vernietigde) machtiging is opgenomen geweest, op de tijdsduur van de onderhavige machtiging in mindering had moeten worden gebracht, faalt het, omdat deze opvatting geen steun vindt in het recht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cc10cba454eafc9d24eca0dcad1417266b7da442840920e97d84780750380f5a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cc10cba454eafc9d24eca0dcad1417266b7da442840920e97d84780750380f5a, en de alinea staat in dat document op bytes 9769 tot 10392.