Citaat | Hoge Raad 6 maart 2001

Alinea 29 Hoge Raad 6 maart 2001

Een alinea uit Hoge Raad 6 maart 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB0400.

In aanmerking genomen dat tussen het tijdstip waarop het cassatieberoep is ingesteld en dat waarop de stukken van het geding ter griffie van de Hoge Raad zijn ontvangen tien maanden zijn verstreken en dat niet is gebleken van bijzondere omstandigheden die dat tijdsverloop zouden kunnen rechtvaardigen, moet worden geoordeeld dat de behandeling van de zaak niet heeft plaatsgevonden binnen een redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2d184bd5bea93470c7b071eba8dde508bc8bb60e8822fca319270f581b374467. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2d184bd5bea93470c7b071eba8dde508bc8bb60e8822fca319270f581b374467, en de alinea staat in dat document op bytes 10120 tot 10585.