Citaat | Hoge Raad 27 februari 2001
Alinea 26 Hoge Raad 27 februari 2001
Een alinea uit Hoge Raad 27 februari 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB0439.
4.3. Door te oordelen als hiervoor onder 4.2 weergegeven heeft het Hof het belang van de verdediging bij het verhoren van de getuige [getuige 1] afgewogen tegenover het gezondheidsbelang van die getuige. In die afweging ligt besloten dat de verdachte niet zodanig in zijn verdediging wordt geschaad dat niet meer kan worden gesproken van een eerlijk proces als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM. Dat oordeel getuigt niet van een verkeerde rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk. De eerste in het middel vervatte klacht faalt daarom.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bfbf66a3e6d74aaacff622dd50b5592f3cb963e1fac9b17ebdcd8e88eb1741cb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bfbf66a3e6d74aaacff622dd50b5592f3cb963e1fac9b17ebdcd8e88eb1741cb, en de alinea staat in dat document op bytes 8993 tot 9543.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bfbf66a3e6d74aaacff622dd50b5592f3cb963e1fac9b17ebdcd8e88eb1741cb | shasum -a 256