Citaat | Hoge Raad 14 maart 2001

Alinea 14 Hoge Raad 14 maart 2001

Een alinea uit Hoge Raad 14 maart 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB0506.

Belanghebbende heeft op 6 oktober 1994 bij het douanekantoor Q aangifte gedaan voor extern communautair douanevervoer van een partij melkpoeder, afkomstig uit Oost-Europa. Als kantoor van bestemming werd op de aangifte vermeld R in Frankrijk. Toen het terugzendingsexemplaar van het document T1 niet door het kantoor van vertrek werd terugontvangen, is op 7 juni 1995 aan belanghebbende een mededeling als bedoeld in artikel 379 van de Uitvoeringsverordening communautair douanewetboek gedaan. Belanghebbende heeft hierop niet gereageerd. Daarop heeft de Inspecteur de onderwerpelijke uitnodiging tot betaling doen uitgaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f64d7540aad3b00e67b5c63455fa3520d876c0cf77b19070cd022fda187266a9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f64d7540aad3b00e67b5c63455fa3520d876c0cf77b19070cd022fda187266a9, en de alinea staat in dat document op bytes 5716 tot 6352.