Citaat | Hoge Raad 14 maart 2001
Alinea 17 Hoge Raad 14 maart 2001
Een alinea uit Hoge Raad 14 maart 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB0507.
3.3. Vooropgesteld moet worden dat de Wet op de inkomstenbelasting 1964, zoals die voor het onderhavige jaar, 1997, luidt (hierna: de Wet IB), blijkens de daaraan ten grondslag liggende systematiek met betrekking tot een door de werkgever ter beschikking gestelde personenauto ervan uitgaat dat de werkgever alle kosten en lasten voor zijn rekening neemt. Het voordeel dat de werknemer geniet vanwege het privé-gebruik van de auto, wordt forfaitair op 20, eventueel 24, percent van de catalogusprijs gesteld en belast. Het past in deze systematiek een vergoeding aan de werknemer voor door hem in verband met het houden van de auto gemaakte kosten onbelast te laten, hetzij op grond van artikel 11, lid 1, letter j, aanhef en onder 2°, van de Wet op de loonbelasting 1964 (hierna: de Wet LB), hetzij omdat, ingeval sprake is van door de werknemer voorgeschoten kosten, dergelijke betalingen buiten het loon omgaan. Evenzeer paste het in deze systematiek dat de werknemer tot 1 januari 1990 de kosten in verband met een ter beschikking gestelde personenauto in aftrek kon brengen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/73a2f79fce842db7ae710e1ff93ebad0d8eaa9891655335650af115979f5ccf9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 73a2f79fce842db7ae710e1ff93ebad0d8eaa9891655335650af115979f5ccf9, en de alinea staat in dat document op bytes 6427 tot 7521.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/73a2f79fce842db7ae710e1ff93ebad0d8eaa9891655335650af115979f5ccf9 | shasum -a 256