Citaat | Hoge Raad 14 maart 2001

Alinea 19 Hoge Raad 14 maart 2001

Een alinea uit Hoge Raad 14 maart 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB0516.

3.3. Blijkens de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen, zoals weergegeven in zijn arrest van 26 januari 1999, Terhoeve, C-18/95, BNB 1999/150, beogen de verdragsbepalingen inzake het vrije verkeer van personen het de gemeenschapsonderdanen gemakkelijker te maken op het grondgebied van de Gemeenschap om het even welk beroep uit te oefenen en staan deze in de weg aan regelingen die deze onderdanen zouden kunnen benadelen wanneer zij op het grondgebied van een andere lidstaat een economische activiteit willen verrichten. In voormeld arrest heeft het Hof van Justitie meer in het bijzonder overwogen dat artikel 48 EG-Verdrag eraan in de weg staat, dat een lidstaat van een werknemer die in de loop van een jaar zijn woonplaats naar een andere lidstaat heeft verlegd om aldaar arbeid in loondienst te verrichten, een hogere premie volksverzekeringen heft dan in vergelijkbare omstandigheden verschuldigd zou zijn door een werknemer die gedurende het gehele jaar zijn woonplaats in de betrokken lidstaat heeft behouden, zonder dat de eerste werknemer evenwel recht heeft op extra sociale uitkeringen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8ecba8bde237f2aa771083951cfd5de94216961ac278e8142e835618ddde23b7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8ecba8bde237f2aa771083951cfd5de94216961ac278e8142e835618ddde23b7, en de alinea staat in dat document op bytes 7676 tot 8820.