Citaat | Hoge Raad 21 maart 2001
Alinea 18 Hoge Raad 21 maart 2001
Een alinea uit Hoge Raad 21 maart 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB0631.
Na een voorbereidingsperiode van twee jaar en een proefperiode van drie jaar volgt een periode van vijf tot acht jaar waarin het (adspirant-)lid een tijdelijke, steeds te vernieuwen, gelofte van kuisheid, armoede en gehoorzaamheid dient af te leggen; in deze periode behoudt betrokkene de eigendom van zijn goederen maar dient hij het beheer ervan over te laten aan daartoe geschikte en bevoegde personen; de vrucht van zijn arbeid dient hij echter ten goede te laten komen aan de gemeenschap van goederen van de leefgemeenschap waarin hij leeft. Eerst na de periode van tijdelijke geloften kan de betrokkene als volwaardig lid worden toegelaten door het afleggen van de eeuwige gelofte van armoede. Alsdan verliest het lid de individuele eigendom van al zijn goederen, niet slechts van zijn inkomsten, maar ook van zijn vermogen. Indien een lid uittreedt, heeft hij geen recht op teruggave van hetgeen hij heeft ingebracht.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/30c1df875ce0484b40cf348cb1c31a0465a7aadc5e987ebcc52ba12a4f14c743. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 30c1df875ce0484b40cf348cb1c31a0465a7aadc5e987ebcc52ba12a4f14c743, en de alinea staat in dat document op bytes 6919 tot 7857.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/30c1df875ce0484b40cf348cb1c31a0465a7aadc5e987ebcc52ba12a4f14c743 | shasum -a 256