Citaat | Hoge Raad 21 maart 2001
Alinea 29 Hoge Raad 21 maart 2001
Een alinea uit Hoge Raad 21 maart 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB0631.
3.9. Aan deze oordelen heeft het Hof terecht de gevolgtrekking verbonden dat de uitkering van f 10.000 niet kan worden beschouwd als een termijn van een periodieke uitkering en derhalve evenmin als een gift in de vorm van termijnen van lijfrenten als bedoeld in artikel 47, lid 1, letter a, van de Wet (vgl. HR 19 december 1956, nr. 12979, BNB 1957/46). Aan de vervolgens in overeenstemming met het evenvermelde arrest van de Hoge Raad te beantwoorden vraag of dan de uitkering in het jaar waarin deze voldaan wordt onder de "overige giften" in de zin van artikel 47, lid 1, letter b, van de Wet, kan worden gerangschikt, behoefde het Hof in het onderhavige geval niet toe te komen, omdat terzake reeds tot het naar het derde lid van dat artikel berekende maximum aftrek was toegestaan.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/30c1df875ce0484b40cf348cb1c31a0465a7aadc5e987ebcc52ba12a4f14c743. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 30c1df875ce0484b40cf348cb1c31a0465a7aadc5e987ebcc52ba12a4f14c743, en de alinea staat in dat document op bytes 14631 tot 15430.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/30c1df875ce0484b40cf348cb1c31a0465a7aadc5e987ebcc52ba12a4f14c743 | shasum -a 256