Citaat | Hoge Raad 21 maart 2001
Alinea 29 Hoge Raad 21 maart 2001
Een alinea uit Hoge Raad 21 maart 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB0632.
3.4.1. Het Hof heeft geoordeeld: dat belanghebbende geen bewijs heeft geleverd voor haar stelling dat zij namens en voor rekening van de BV de nettolonen heeft voldaan die de BV ten tijde van de verkoop van haar activa nog aan haar werknemers was verschuldigd; dat belanghebbende ter zitting heeft verklaard dat zij aan de chauffeurs van de BV voor hun indiensttreding bij haar heeft toegezegd aan hen alsnog hun achterstallige loon van de BV te zullen uitkeren; dat de werknemers bij de verandering van hun dienstbetrekking op 9 juni 1995 kennelijk belanghebbende hebben aanvaard als de nieuwe debiteur van hun achterstallige loon; dat aldus de schuldoverneming is voltooid en belanghebbende dat loon voor eigen rekening aan de werknemers heeft verstrekt; dat zij daarom inhoudingsplichtige is op grond van artikel 6, lid 1, letter b, van de Wet op de loonbelasting 1964 (in de tekst zoals die gold voor het onderhavige tijdvak; hierna: de Wet). Tegen deze oordelen keren zich de middelen 6 en 7.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/75e2727833056b6f7d0a06e360c061a5d2ffe5141cb7753c48eb780f1c89d881. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 75e2727833056b6f7d0a06e360c061a5d2ffe5141cb7753c48eb780f1c89d881, en de alinea staat in dat document op bytes 14790 tot 15800.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/75e2727833056b6f7d0a06e360c061a5d2ffe5141cb7753c48eb780f1c89d881 | shasum -a 256