Citaat | Hoge Raad 23 maart 2001

Alinea 79 Hoge Raad 23 maart 2001

Een alinea uit Hoge Raad 23 maart 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB0694.

3.2 NTM en [A B.V.] hebben, voor zover in cassatie van belang, in het onderhavige geding voorwaardelijk - voor zover de door hen tegen Ofasec ingestelde vorderingen geheel of gedeeltelijk worden afgewezen en, wat [A B.V.] betreft, tevens voor het geval de vordering van NTM tegen ABN AMRO wordt afgewezen - een verklaring voor recht alsmede schadevergoeding gevorderd, een en ander zoals hiervoor onder 1 is omschreven. Zij hebben aan die vordering ten grondslag gelegd dat ABN AMRO jegens de obligatiehouders dan wel jegens [A B.V.] onrechtmatig heeft gehandeld, onder meer door in het prospectus misleidende informatie op te nemen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/faed6b4084d3eb84fb3eeba0aef8058b233c8923c7c32e147d439e5dbfba45a9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt faed6b4084d3eb84fb3eeba0aef8058b233c8923c7c32e147d439e5dbfba45a9, en de alinea staat in dat document op bytes 19835 tot 20481.