Citaat | Hoge Raad 23 maart 2001
Alinea 84 Hoge Raad 23 maart 2001
Een alinea uit Hoge Raad 23 maart 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB0694.
3.5 Hetgeen hiervoor is overwogen betekent dat in hoger beroep alsnog moet worden beslist op de vorderingen van NTM en [A B.V.], indien na verwijzing in de hiervoor in 3.3 genoemde zaken zou blijken dat voldaan is aan de voorwaarden waaronder die vorderingen zijn ingesteld. Nu blijkens de desbetreffende arresten van de Hoge Raad deze zaken zijn verwezen naar het Gerechtshof te 's-Gravenhage, acht de Hoge Raad het uit een oogpunt van proceseconomie, gelet op de samenhang tussen deze zaken en de onderhavige zaak en mede in aanmerking genomen hetgeen de Hoge Raad heeft beslist in zijn heden uitgesproken arrest in de zaak C99/056 (NTM en [A B.V.] tegen ABN AMRO), raadzaam ook de onderhavige zaak ter verdere afdoening naar dit Hof te verwijzen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/faed6b4084d3eb84fb3eeba0aef8058b233c8923c7c32e147d439e5dbfba45a9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt faed6b4084d3eb84fb3eeba0aef8058b233c8923c7c32e147d439e5dbfba45a9, en de alinea staat in dat document op bytes 23652 tot 24416.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/faed6b4084d3eb84fb3eeba0aef8058b233c8923c7c32e147d439e5dbfba45a9 | shasum -a 256