Citaat | Hoge Raad 23 maart 2001
Alinea 124 Hoge Raad 23 maart 2001
Een alinea uit Hoge Raad 23 maart 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB0700.
3.7.3 In zijn rov. 5.31 - 5.33 behandelt het Hof de tweede grond voor de verplichting van de dochtermaatschappijen zekerheden te vestigen mede ten behoeve van de obligatiehouders. Kort samengevat komt de redenering van het Hof hierop neer dat in de Facilities Agreement van 1 mei 1989 is vastgelegd dat DAF op zich heeft genomen dat onder bepaalde omstandigheden zekerheden zullen worden gegeven aan onder meer de obligatiehouders, dat in art. 17.03 van deze overeenkomst wordt verwezen naar het pari passu recht, en dat de dochtermaatschappijen door de ondertekening van de Accession Notices van 1 mei 1989 de verplichtingen van DAF hebben aanvaard en goedgekeurd en zich ook aan het pari passu recht hebben gebonden door zich hoofdelijk voor de nakoming van de verplichtingen van DAF te verbinden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/60696caecf08b1061a4fba1bf89cdd427fecc86d05470d8e1fedb1d1dbe7b532. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 60696caecf08b1061a4fba1bf89cdd427fecc86d05470d8e1fedb1d1dbe7b532, en de alinea staat in dat document op bytes 45968 tot 46780.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/60696caecf08b1061a4fba1bf89cdd427fecc86d05470d8e1fedb1d1dbe7b532 | shasum -a 256