Citaat | Hoge Raad 23 maart 2001
Alinea 128 Hoge Raad 23 maart 2001
Een alinea uit Hoge Raad 23 maart 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB0700.
3.7.4 Hetgeen het Hof in zijn rov. 5.34 - 5.36 omtrent de derde grond voor zijn bevestigende beantwoording van de vraag of de dochtermaatschappijen verplicht waren de zekerheden mede ten behoeve van de obligatiehouders te vestigen, heeft overwogen, laat zich, voor zover in cassatie van belang, als volgt samenvatten.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/60696caecf08b1061a4fba1bf89cdd427fecc86d05470d8e1fedb1d1dbe7b532. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 60696caecf08b1061a4fba1bf89cdd427fecc86d05470d8e1fedb1d1dbe7b532, en de alinea staat in dat document op bytes 49130 tot 49460.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/60696caecf08b1061a4fba1bf89cdd427fecc86d05470d8e1fedb1d1dbe7b532 | shasum -a 256