Citaat | Hoge Raad 23 maart 2001

Alinea 129 Hoge Raad 23 maart 2001

Een alinea uit Hoge Raad 23 maart 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB0700.

Bij het verstrekken van zekerheden door DAF-vennootschappen aan Ofasec ten behoeve van bepaalde crediteuren - wie dit zouden zijn zou eerst later, afzonderlijk per DAF-vennootschap, worden vastgesteld - zou onder meer bepalend zijn dat de DAF-vennootschappen wensten te voorkomen dat zij enige 'Negative and Positive Pledge Undertaking' - als hoedanig het pari passu recht moet worden beschouwd - ten opzichte van de OFA-partijen, waaronder in ieder geval NTM namens de obligatiehouders, zouden schenden (rov. 5.34, tweede alinea). Hieruit kan niet anders worden afgeleid dan dat elk lid van de DAF-groep, althans van de Charging Companies, op zijn laatst bij het sluiten van de DAF Securities Agreement de verplichting op zich heeft genomen zekerheden te verstrekken, voor zover een Negative and Positive Pledge Undertaking een ander lid van de groep daartoe verplichtte (rov. 5.34, derde alinea). Hoewel NTM geen partij was bij de DAF Securities Agreement, kan zij zich ten behoeve van de obligatiehouders op een en ander beroepen, nu de terzake gemaakte afspraken mede als een beding ten behoeve van de obligatiehouders kunnen worden beschouwd (rov. 5.34, vierde alinea).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/60696caecf08b1061a4fba1bf89cdd427fecc86d05470d8e1fedb1d1dbe7b532. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 60696caecf08b1061a4fba1bf89cdd427fecc86d05470d8e1fedb1d1dbe7b532, en de alinea staat in dat document op bytes 49468 tot 50655.