Citaat | Hoge Raad 23 maart 2001

Alinea 141 Hoge Raad 23 maart 2001

Een alinea uit Hoge Raad 23 maart 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB0700.

Onderdeel 1.5 richt zich tegen rov. 5.38, tweede alinea, van het bestreden arrest en klaagt dat, indien het Hof heeft geoordeeld dat de obligatiehouders met toepassing van art. 3:110 BW in goederenrechtelijke zin deelgenoot zijn geworden in de door de dochtermaatschappijen aan Ofasec verstrekte zekerheden, dit oordeel onjuist of onbegrijpelijk is. Het onderdeel kan bij gebrek aan feitelijke grondslag niet tot cassatie leiden. Het Hof heeft in deze rechtsoverweging, die kennelijk dient als inleiding op zijn daarna volgende beschouwingen, een aantal globale uitgangspunten geformuleerd. Hetgeen het Hof in dit verband in de tweede alinea heeft overwogen, moet tegen deze achtergrond in die zin worden begrepen dat Ofasec goederenrechtelijk gerechtigd was tot de zekerheden, maar dat de opbrengsten daarvan uiteindelijk ten goede zouden komen aan degenen die daartoe gerechtigd zouden blijken te zijn.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/60696caecf08b1061a4fba1bf89cdd427fecc86d05470d8e1fedb1d1dbe7b532. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 60696caecf08b1061a4fba1bf89cdd427fecc86d05470d8e1fedb1d1dbe7b532, en de alinea staat in dat document op bytes 61174 tot 62092.