Citaat | Hoge Raad 23 maart 2001
Alinea 142 Hoge Raad 23 maart 2001
Een alinea uit Hoge Raad 23 maart 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB0700.
Onderdeel 1.6 richt zich tegen hetgeen het Hof in rov. 5.40, tweede alinea, heeft overwogen, voor zover daarin zou moeten worden gelezen dat naar het oordeel van het Hof Ofasec weliswaar in goederenrechtelijk opzicht gerechtigd was tot de door de DAF-vennootschappen verstrekte zekerheden, maar dat Ofasec die zekerheden aanhield voor het verhaal van onder meer de vorderingen van de obligatiehouders op DAF. Ook dit onderdeel mist feitelijke grondslag. Hetgeen het Hof hier tot uitdrukking heeft gebracht, moet, evenals de door onderdeel 1.5 aangevallen overweging, aldus worden begrepen dat de zekerheden rechtsgeldig aan Ofasec zijn verstrekt, maar dat de opbrengst uiteindelijk ten goede zal komen aan degenen die overeenkomstig latere vaststelling crediteur zouden blijken te zijn. Onderdeel 1.6.b herhaalt hetgeen onderdeel 1.5 naar voren heeft gebracht en faalt derhalve om dezelfde reden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/60696caecf08b1061a4fba1bf89cdd427fecc86d05470d8e1fedb1d1dbe7b532. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 60696caecf08b1061a4fba1bf89cdd427fecc86d05470d8e1fedb1d1dbe7b532, en de alinea staat in dat document op bytes 62100 tot 63009.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/60696caecf08b1061a4fba1bf89cdd427fecc86d05470d8e1fedb1d1dbe7b532 | shasum -a 256