Citaat | Hoge Raad 23 maart 2001
Alinea 95 Hoge Raad 23 maart 2001
Een alinea uit Hoge Raad 23 maart 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB0700.
3.5.2 Onderdeel 2.a bestrijdt het oordeel van het Hof dat als partijen bij de lening slechts de obligatiehouders en DAF in aanmerking komen, en verwijt het Hof te hebben miskend dat NTM onmiskenbaar mede partij is bij de lening en wel als trustee. Het onderdeel is tevergeefs voorgesteld. Dat NTM als trustee was betrokken bij de geldlening, en dat zij ingevolge art. 8 van de trustakte (hiervoor in 3.1 onder (v) weergegeven) bevoegd was een aantal rechten van de obligatiehouders zonder hun tussenkomst uit te oefenen, brengt naar het kennelijke oordeel van het Hof nog niet mee dat zij ook als partij bij de relatie tussen DAF en de obligatiehouders (de overeenkomt van geldlening) heeft te gelden. Dit oordeel geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk. Het behoefde evenmin nadere motivering.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/60696caecf08b1061a4fba1bf89cdd427fecc86d05470d8e1fedb1d1dbe7b532. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 60696caecf08b1061a4fba1bf89cdd427fecc86d05470d8e1fedb1d1dbe7b532, en de alinea staat in dat document op bytes 28306 tot 29149.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/60696caecf08b1061a4fba1bf89cdd427fecc86d05470d8e1fedb1d1dbe7b532 | shasum -a 256