Citaat | Hoge Raad 23 maart 2001

Alinea 97 Hoge Raad 23 maart 2001

Een alinea uit Hoge Raad 23 maart 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB0700.

Dat een overeenkomst van geldlening als de onderhavige, waaruit rechten en verplichtingen voortvloeien voor enerzijds DAF en anderzijds de inschrijvers op de lening en de latere verkrijgers van de obligaties, ook van (rechtstreeks) belang is voor anderen, zoals in onderdeel 2.c genoemd, te weten met name financiers en schuldeisers van DAF en voor de dochtermaatschappijen van DAF en hun financiers en schuldeisers, brengt, anders dan het onderdeel betoogt, niet mee dat bij de uitleg van de leningvoorwaarden en met name het pari passu beding, rekening moet worden gehouden met de wijze waarop zij de leningvoorwaarden mogen opvatten. Zulks zou immers afbreuk kunnen doen aan het hiervoor als juist aanvaarde uitgangspunt dat in een geval als het onderhavige bij de uitleg van de leningvoorwaarden in beginsel doorslaggevende betekenis toekomt aan de bewoordingen daarvan. Het onderdeel faalt derhalve.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/60696caecf08b1061a4fba1bf89cdd427fecc86d05470d8e1fedb1d1dbe7b532. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 60696caecf08b1061a4fba1bf89cdd427fecc86d05470d8e1fedb1d1dbe7b532, en de alinea staat in dat document op bytes 30247 tot 31164.