Citaat | Hoge Raad 27 maart 2001

Alinea 48 Hoge Raad 27 maart 2001

Een alinea uit Hoge Raad 27 maart 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB0740.

De handhaving van deze vrije zone werd in de Memorie van toelichting gemotiveerd met het argument, dat aan de desbetreffende instellingen de kans op ontplooiing tot volwaardige kredietinstellingen niet mocht worden ontnomen. Wel werd ter bescherming van het publiek in het wetsontwerp bepaald, dat instellingen, niet zijnde kredietinstellingen, slechts publiekelijk gelden met een opvorderbaarheid van twee jaren of korter zouden mogen aantrekken, indien zij aan bepaalde vereisten - onder andere een bepaald minimum vermogen - voldeden (artikel 45), terwijl voorts het gebruik van het woord 'bank' aan niet-kredietinstellingen werd ontzegd (artikel 46).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7ebeeb1f719e72f8689628a36f25c4b14c08e8025bd4845464dee80ffb4583b2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7ebeeb1f719e72f8689628a36f25c4b14c08e8025bd4845464dee80ffb4583b2, en de alinea staat in dat document op bytes 14093 tot 14761.