Citaat | Hoge Raad 27 maart 2001
Alinea 52 Hoge Raad 27 maart 2001
Een alinea uit Hoge Raad 27 maart 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB0740.
In het aanvankelijk ontworpen artikel 45 werden enkele objectieve eisen gesteld, alvorens men zich tot het publiek mocht wenden voor het aantrekken van gelden op een termijn van twee jaren of korter. Zoals reeds opgemerkt, bestaat echter bij afwezigheid van toezicht naar de mening van de ondergetekende onvoldoende zekerheid, dat de gestelde criteria voldoende beveiliging voor het publiek bieden. In het gewijzigde artikel 42 nieuw is daarom als sluitstuk van het vergunningenstelsel een verbod opgenomen, om zich tot het publiek te wenden of te bemiddelen ter zake van het bedrijfsmatig aantrekken van gelden in beperkte bedragen - maar ongeacht de looptijd - door niet onder bedrijfseconomisch toezicht staande instellingen. Het door de Minister van Financiën vast te stellen grensbedrag, waarbeneden gelden niet aangetrokken mogen worden, wil de ondergetekende in eerste instantie op f 100 000 per transactie bepalen. Hiermede is voor de kleine crediteuren voldoende bescherming geboden, terwijl de professionele onderhandse leningmarkt door het beperkte grensbedrag buiten het verbod valt". (p. 4)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7ebeeb1f719e72f8689628a36f25c4b14c08e8025bd4845464dee80ffb4583b2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7ebeeb1f719e72f8689628a36f25c4b14c08e8025bd4845464dee80ffb4583b2, en de alinea staat in dat document op bytes 15967 tot 17084.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7ebeeb1f719e72f8689628a36f25c4b14c08e8025bd4845464dee80ffb4583b2 | shasum -a 256