Citaat | Hoge Raad 30 maart 2001
Alinea 48 Hoge Raad 30 maart 2001
Een alinea uit Hoge Raad 30 maart 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB0801.
3.8 Bij de beoordeling van deze beide onderdelen dient het volgende te worden vooropgesteld. Een van de verschijningsvormen van het gelijkheidsbeginsel is de regel dat de onevenredig nadelige, - dat wil zeggen: buiten het normale maatschappelijke risico of het normale bedrijfsrisico vallende, en op een beperkte groep burgers of instellingen drukkende - gevolgen van een overheidshandeling of overheidsbesluit niet ten laste van die beperkte groep behoren te komen, maar gelijkelijk over de gemeenschap dienen te worden verdeeld (vgl. HR 8 januari 1991, nr. 14.096, NJ 1992, 638, ABRvS, 6 mei 1997, AB 1997, 229, alsmede art. 3:4 lid 2 Awb). Uit deze regel vloeit voort dat het toebrengen van zodanige onevenredige schade bij een op zich zelf rechtmatige overheidshandeling als de onderhavige huiszoeking jegens de getroffene onrechtmatig is. In zoverre levert een door de rechtbank verleend verlof tot het doen van huiszoeking dus geen rechtvaardigingsgrond op voor het toebrengen van schade.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/354ee6a0ffc729a28141bbb5709657aa66079519f29788a602751fbc2d40de45. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 354ee6a0ffc729a28141bbb5709657aa66079519f29788a602751fbc2d40de45, en de alinea staat in dat document op bytes 15817 tot 16825.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/354ee6a0ffc729a28141bbb5709657aa66079519f29788a602751fbc2d40de45 | shasum -a 256