Citaat | Hoge Raad 30 maart 2001
Alinea 56 Hoge Raad 30 maart 2001
Een alinea uit Hoge Raad 30 maart 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB0804.
Voormelde ernstige verwijtbaarheid - dan wel opzet of bewuste roekeloosheid - mag, ook als het gaat om tekortkomingen als door SUSH aan [eiser] verweten, niet voorshands worden aangenomen dan op goede, in de motivering tot uiting gebrachte gronden (zie het reeds aangehaalde arrest van de Hoge Raad van 9 januari 1998). De Rechtbank heeft, gelet op de taak van [eiser], directeur van SUSH en bij uitstek verantwoordelijk voor een behoorlijke administratieve verslaglegging - en dus ook voor de verantwoording van de door hemzelf bij de bank opgenomen bedragen -, de afwezigheid van behoorlijke financiële verslaglegging in deze omstandigheden als ernstig verwijtbaar aangemerkt en deze voorshands bewezen geacht, terwijl zij [eiser] heeft toegelaten tot het leveren van (tegen)bewijs, namelijk tot het bewijs dat er wel administratieve bescheiden (het zgn. memoriaal) waren, zoals [eiser] had beweerd. Dit oordeel geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting, is niet onbegrijpelijk en behoefde geen nadere motivering.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5dd6c9599096e4d98e145194660f28e5a807a58eb42dc0db4681b00ce4b3d7b6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5dd6c9599096e4d98e145194660f28e5a807a58eb42dc0db4681b00ce4b3d7b6, en de alinea staat in dat document op bytes 21341 tot 22378.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5dd6c9599096e4d98e145194660f28e5a807a58eb42dc0db4681b00ce4b3d7b6 | shasum -a 256