Citaat | Hoge Raad 30 maart 2001

Alinea 58 Hoge Raad 30 maart 2001

Een alinea uit Hoge Raad 30 maart 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB0804.

3.8 Onderdeel 2 van het middel komt op tegen rov. 2.8 - 2.11 van het tussenvonnis van 30 juli 1997 en strekt ten betoge dat de Rechtbank, ook indien moet worden uitgegaan van wanprestatie van [eiser], ten onrechte de bewijslast ter zake van diens stellingen - de door hem opgenomen bedragen zijn ten goede van SUSH gekomen - op hem, [eiser], heeft gelegd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5dd6c9599096e4d98e145194660f28e5a807a58eb42dc0db4681b00ce4b3d7b6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5dd6c9599096e4d98e145194660f28e5a807a58eb42dc0db4681b00ce4b3d7b6, en de alinea staat in dat document op bytes 22558 tot 22926.