Citaat | Hoge Raad 30 maart 2001

Alinea 64 Hoge Raad 30 maart 2001

Een alinea uit Hoge Raad 30 maart 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB0804.

3.10 Het vorenoverwogene brengt mee dat het tussenvonnis van 30 juli 1997 en het eindvonnis van 13 januari 1999 moeten worden vernietigd, dat het beroep moet worden verworpen voorzover het is gericht tegen het tussenvonnis van 24 augustus 1994. Voorts moet [eiser] niet-ontvankelijk worden verklaard in zijn beroep tegen het tussenvonnis van 6 maart 1996, nu daartegen geen middel is gericht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5dd6c9599096e4d98e145194660f28e5a807a58eb42dc0db4681b00ce4b3d7b6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5dd6c9599096e4d98e145194660f28e5a807a58eb42dc0db4681b00ce4b3d7b6, en de alinea staat in dat document op bytes 25258 tot 25663.