Citaat | Hoge Raad 30 maart 2001
Alinea 59 Hoge Raad 30 maart 2001
Een alinea uit Hoge Raad 30 maart 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB0806.
3.9 Het falen van de onderdelen 3 - 6 brengt mee dat ook onderdeel 7 faalt voor zover het voortbouwt op die onderdelen. Blijkens het hiervoor in 3.3, derde alinea, overwogene kan niet worden gezegd dat de gedachtengang van de Rechtbank geheel of gedeeltelijk "ontoelaatbaar onduidelijk is" of dat de Rechtbank onvoldoende inzicht heeft gegeven in haar gedachtengang. Met "[d]e door [verweerder] geproduceerde cijfers" in rov. 11.3 heeft de Rechtbank kennelijk het oog op de door [verweerder] in zijn Toelichting van 21 januari 1999 onder 5 gegeven cijfermatige toelichting op zijn standpunt. Op dit een en ander stuit onderdeel 7 voor het overige af.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3348adba6d5b397c9ce8266f62753e8f2caf2e2f3174d2d5dd9e2242067e696e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3348adba6d5b397c9ce8266f62753e8f2caf2e2f3174d2d5dd9e2242067e696e, en de alinea staat in dat document op bytes 17127 tot 17790.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3348adba6d5b397c9ce8266f62753e8f2caf2e2f3174d2d5dd9e2242067e696e | shasum -a 256