Citaat | Hoge Raad 3 april 2001

Alinea 24 Hoge Raad 3 april 2001

Een alinea uit Hoge Raad 3 april 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB0841.

3.3. De gegrondheid van het middel leidt tot het oordeel dat aan de verdachte een lagere straf behoort te worden opgelegd dan wanneer geen sprake zou zijn geweest van overschrijding van die termijn. Het gerechtshof dat de zaak volgens hetgeen hierna wordt overwogen na terugwijzing op het bestaande hoger beroep zal hebben te berechten en af te doen - behoudens voorzover de verdachte reeds is vrijgesproken - zal deze overschrijding in zijn beoordeling dienen te betrekken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/695e6d6355350b98841a8888a69ba1834b71b8514af53204348863f3129786e3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 695e6d6355350b98841a8888a69ba1834b71b8514af53204348863f3129786e3, en de alinea staat in dat document op bytes 8214 tot 8701.