Citaat | Hoge Raad 4 april 2001

Alinea 16 Hoge Raad 4 april 2001

Een alinea uit Hoge Raad 4 april 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB0851.

3.3. Het Hof heeft, na aldus te hebben geoordeeld dat aan belanghebbende geen (voorwaardelijk) opzet kon worden verweten, overwogen dat de vraag of in casu sprake is van grove schuld, geen beantwoording behoeft. De hiertoe door het Hof gevolgde gedachtegang komt op het volgende neer:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bb8291b44e9203da97fc129e6cfc00a394d79368af8de6eeef2d4a1c8c72d77c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bb8291b44e9203da97fc129e6cfc00a394d79368af8de6eeef2d4a1c8c72d77c, en de alinea staat in dat document op bytes 7349 tot 7647.