Citaat | Hoge Raad 4 april 2001
Alinea 22 Hoge Raad 4 april 2001
Een alinea uit Hoge Raad 4 april 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB0851.
3.4. Het tweede middel richt zich tegen het onder (i) weergegeven oordeel van het Hof onder 5.6 van zijn uitspraak met het betoog dat het Hof buiten de rechtsstrijd is getreden door de tijdigheid van de aankondiging van de boete tot het geschil te rekenen, terwijl dit tussen partijen niet in geschil was. Het middel is gegrond. De uitspraak en de stukken van het geding laten immers geen andere gevolgtrekking toe dan dat belanghebbende zich noch in de bezwaarfase, noch voor het Hof erop heeft beroepen dat de wijze en het tijdstip waarop de Inspecteur aanvankelijk aan belanghebbende heeft medegedeeld welke feitelijke gedraging haar werd verweten en welke juridische kwalificatie aan de opgelegde verhoging ten grondslag lag, niet voldeed aan de daaraan ingevolge artikel 6, lid 3, aanhef en onder a, van het EVRM te stellen eisen. De vraag of met betrekking tot de verhoging en het ten aanzien van belanghebbende genomen kwijtscheldingsbesluit, zoals aanvankelijk door de Inspecteur gemotiveerd, aan de vereisten van evenvermeld artikel was voldaan, behoorde derhalve niet tot de rechtsstrijd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bb8291b44e9203da97fc129e6cfc00a394d79368af8de6eeef2d4a1c8c72d77c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bb8291b44e9203da97fc129e6cfc00a394d79368af8de6eeef2d4a1c8c72d77c, en de alinea staat in dat document op bytes 9978 tot 11089.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bb8291b44e9203da97fc129e6cfc00a394d79368af8de6eeef2d4a1c8c72d77c | shasum -a 256