Citaat | Hoge Raad 4 april 2001

Alinea 24 Hoge Raad 4 april 2001

Een alinea uit Hoge Raad 4 april 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB0851.

3.6. In het onderhavige geval heeft de Inspecteur, nadat bij het opleggen van de verhoging aanvankelijk aan de feitelijke gedraging van belanghebbende alleen de juridische kwalificatie van (voorwaardelijk) opzet was verbonden, bij het vertoogschrift voor het Hof nader aangevoerd dat subsidiair sprake was van grove schuld. Belanghebbende heeft de nadere opvatting van de Inspecteur inzake de aanwezigheid van grove schuld bij de mondelinge behandeling voor het Hof kunnen bestrijden en blijkens de tot de gedingstukken behorende pleitnotities ook daadwerkelijk bestreden. Uit ’s Hofs uitspraak en de stukken van het geding blijkt niet dat belanghebbende andere omstandigheden heeft aangevoerd, op grond waarvan zou kunnen worden aangenomen dat zij door de geschetste gang van zaken anderszins in de voorbereiding van haar verdediging is geschaad.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bb8291b44e9203da97fc129e6cfc00a394d79368af8de6eeef2d4a1c8c72d77c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bb8291b44e9203da97fc129e6cfc00a394d79368af8de6eeef2d4a1c8c72d77c, en de alinea staat in dat document op bytes 13166 tot 14029.