Citaat | Hoge Raad 4 april 2001
Alinea 25 Hoge Raad 4 april 2001
Een alinea uit Hoge Raad 4 april 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB0851.
3.7. Voorzover het Hof heeft aangenomen dat de enkele omstandigheid dat de subsidiaire juridische kwalificatie eerst bij het vertoogschrift voor het Hof is aangevoerd, eraan in de weg staat dat de verhoging op die subsidiaire grondslag in stand blijft, berust ’s Hofs oordeel blijkens het vorenoverwogene op een onjuiste rechtsopvatting. Voorzover het Hof met hetgeen hiervóór in 3.3 onder (iv) is weergegeven, tot uitdrukking heeft gebracht dat belanghebbende daadwerkelijk in haar verdedigingsmogelijkheden is geschaad, is dit oordeel, zonder nadere motivering, die evenwel ontbreekt, onbegrijpelijk. De hierop gerichte klachten in middel III zijn derhalve gegrond.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bb8291b44e9203da97fc129e6cfc00a394d79368af8de6eeef2d4a1c8c72d77c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bb8291b44e9203da97fc129e6cfc00a394d79368af8de6eeef2d4a1c8c72d77c, en de alinea staat in dat document op bytes 14037 tot 14721.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bb8291b44e9203da97fc129e6cfc00a394d79368af8de6eeef2d4a1c8c72d77c | shasum -a 256